TIP: Start & Storing tips 4 takt scooter.

 

Starttips scooters
 

Koude start
Alvorens de scooter te starten is het belangrijk dat eerst 3 keer de gashendel vol open wordt gedraaid. Door dit te doen wordt er benzine direct in de cilinder gespoten en zal de scooter beter starten.

Benzine en accu
Zorg er altijd voor dat er voldoende benzine in de tank zit en let op of de accu genoeg stroom heeft. Zonder of te weinig benzine ( Euro loodvrij 95 ) of zonder genoeg stroom start de scooter niet. De accu zal tijdens dagelijks gebruik genoeg vol blijven omdat deze tijdens het rijden steeds weer opgeladen wordt. Bij voldoende gebruik van de scooter kan dan ook elektrisch gestart worden. Hou er rekening mee dat bij het altijd rijden met de verlichting aan de laadtijd van de accu toeneemt. De accu zal na ongeveer 5 dagen leeg zijn of leger zijn. Gevoelsmatig zit er dan nog stroom genoeg in maar dit blijkt in de praktijk vaak niet het geval te zijn. Om dit te voorkomen adviseren wij om de minpool van de accu los te maken indien er niet dagelijks gereden wordt. De accu is meestal gemonteerd op de plaats waar de voeten neergezet worden tijdens het rijden. Onder het rechthoekige klepje of onder de rubber mat kan de accu gevonden worden. Door middel van een accu lader (druppel lader) kan de accu vol gehouden worden om te voorkomen dat er niet gestart kan worden of dat de accu zelfs kapot gaat. Wij adviseren dit in het bijzonder. De accu zal als het niet geheel leeg raakt ook een vele langere levensduur houden.

Elektrisch starten van de scooter
- indien aanwezig, controleer of de rode knop rechts op het stuur naar beneden
staat op het volgende symbool Ω
- controleer of de zijstandaard omhoog staat. Bij een zijstandaard welke uit
staat valt de scooter door zijn beveiliging niet te starten
- plaats de sleutel in het contact en draai deze naar rechts.
- knijp de linker (of rechter) handrem in (dit is namelijk ook een beveiliging)
- druk op de rode (soms ook zwarte) startknop welke rechts onderin op het stuur
zit.
- liefst geen, maar indien nodig slechts een klein beetje gas geven.

Mechanisch starten van de scooter vaak bij lege of matige accu
- zet de scooter op de grootte standaard (niet de zijstandaard)
- controleer of de rode knop rechts op het stuur naar beneden staat op het
volgende
symbool Ω
- controleer of de zijstandaard omhoog staat. Bij het uitstaan van de standaard
zal de scooter door een beveiliging niet starten
- klap de kickstater aan de zijkant uit
- doe de sleutel in het contact en draai deze naar rechts op het volgende symbool
- knijp de linker handrem in (dit is namelijk ook een beveiliging)
- trap enkele malen stevig de kick starter aan
- liefst geen, maar indien nodig slechts een klein beetje gas geven

Inrijden scooters
 

Inrijden
Een nieuwe AGM scooter moet, zoals natuurlijk voor alle nieuwe voertuigen geldt, ingereden worden. Dit bevordert de soepelheid en vlotheid van het voertuig en geeft het voertuig de mogelijkheid rustig op gang te komen. Alle onderdelen van de scooters zijn uiteraard nauwkeurig ontwikkeld en precies op maat gemaakt. Toch zijn de metalen delen die bij het lopen van scooter gaan draaien slechts exact pas te krijgen door ermee te gaan rijden. Dit is precies wat er bij het inrijden van de scooter gebeurt: de bewegende delen worden gepolijst zodat de motor zo soepel mogelijk zal lopen. Het zal enorm schelen in olieverbruik later, in de prestaties, en in de levensduur van de scooter.

Richtlijnen
Voor het inrijden van AGM scooters hanteren wij de volgende richtlijnen voor:

Totdat de eerste beurt is uitgevoerd (bij 250 km) moet er niet harder gereden worden met de scooter dan 30 km/ uur. Ook adviseren wij zo langzaam mogelijk op te trekken. Erg belangrijk bij de eerste buurt is om de olie te verversen, controleer of alle bouten en moeren nog goed vastzitten, de klepspeling en eventuele olielekkage. Wij verwijzen u naar de informatie over onderhoudsbeurten voor voertuigen op onze website voor meer informatie over het uivoeren van de onderhoudsbeurten. Indien uit de eerste beurt is gebleken dat alles in orde is, dan kan er ook harder gereden gaan rijden.

Ook als een scooter ingereden is adviseren wij om altijd de eerste 10 minuten niet voluit te rijden, dit om de motor rustig de kans te geven om op te warmen.

Technische gegevens
Klepspeling koud in en uit 0.01 mm
Motorolie 4tact 10w40
Bij slecht starten hoofdsproeier vervangen door 80.

Storingen verhelpen
 

Hieronder behandelen wij enkele voorkomende problemen en de bijbehorende oplossingen die u met scooters kunt ondervinden. Mocht uw probleem er niet bij staan, of bieden de door ons geboden oplossingen geen uitkomst, dan kunt u voor technische support contact met ons opnemen.

Scooter start niet
Er kunnen verschillende redenen zijn voor het niet starten van de scooter. Het is dan ook verstandig om eerst de volgende checklist af te lopen.

1. Controleer of het rode knopje rechts op het stuur op het volgende Ω icoontje gericht staat.
2. Controleer of er voldoende benzine inzit.
3. Controleer of de scooter op de hoofdstandaard staat en niet op de zijstandaard. De scooter zal anders niet starten door de beveiliging. Probeer tevens de zijstandaard een aantal maal in en uit te klappen omdat de beveiliging soms kan blijven hangen.
4. Stop de sleutel in het contact en draai deze naar de uiterst rechtse stand.
5. Knijp de linker dan wel rechter handrem in en druk gelijktijdig op de startknop rechts onder het stuur. Geef als hij niet meteen wil starten een klein beetje gas.
6. Start de scooter met behulp van de kickstart linksachter. Klap het voetstuk uit en trap een aantal maal stevig op het pedaal.

Accu is leeg of ‘dood’
Lukt het wel om de scooter met kickstart te starten, maar krijgt u de scooter niet elektrisch gestart dan is vermoedelijk de accu leeg of ‘dood’. Als de accu leeg is kunt u deze met een acculader opladen of met de scooter een tijdje gaan rijden. Ook kunt u de scooter een uur stationair laten draaien.

Als de accu dood is moet deze vervangen worden. De accu gaat dood als deze te lang niet gebruikt wordt maar wel aangesloten staat. Wij adviseren dan ook om de accu te ontkoppelen als de scooter voor langere tijd stil staat. De accu, welke onder het voetpaneel geplaatst is, moet los worden geschroefd. Daarna kunt u de minpool ontkoppelen om de accu in leven te houden.

Motor start moeilijk (of helemaal niet) en slaat na even lopen weer af
Controleer of de kleppen goed gesteld zijn. Het kan zijn dat de kleppen vastzitten of niet goed staan afgesteld. De kleppenspeling moet zijn in en uit 1 tiende van een mm

Controle van de ontsteking
Draai de bougie eruit en sluit deze aan op de bougiekabel.
Laat de buitenkant bougie contact maken met massa.
Start nu en controleer of de bougie vonkt.


Motor stottert en komt niet op toeren
Wanneer je de luchttoevoer dichtknijpt gaat de motor harder lopen. Dit duidt op te weinig benzine. Monteer een grotere sproeier.

Lampen gaan stuk en accu laadt niet op
Vervang de gelijkrichter/spanningregelaar. Deze bevinden zich meestal onder de voorkap.

Motor is niet meer elektrisch te starten en slaat ook na starten met de kickstarter niet aan
Mogelijk is het schakelaartje van de zijstandaard defect. Vervang de schakelaar of verbreek tijdelijk de verbinding.
Controleer de massa aansluitingen van het motorblok.


Wanneer je de contactsleutel omdraait gebeurt er niets. Je kunt niet elektrisch starten, geen verlichting enz . Wel kun je de scooter met de kickstarter starten
Vermoedelijk is een zekering defect. (In accu bak). Is dit niet het probleem dan is mogelijk de accu leeg of ‘dood’. Controleer ook de aansluiting van gelijkrichter/regelaar en dynamo.

Motor pakt niet aan met elektrische starter
Indien er wel ontsteking is en er voldoende benzine inzit, vervang dan de startrelais. (Slecht contact.)

Motor stopt tijdens het rijden en slaat niet meer aan
Vermoedelijk is er geen of onvoldoende brandstoftoevoer. Vervang de brandstofregelaar onder de tank.

Geen vonk?
Koppel het zwart/witte draadje aan de CDI unit (zit naast de accu of onder de zitting) los. Wanneer deze draad namelijk met massa wordt verbonden stopt de ontsteking. (Via contactslot en zijstandaard). Dus de draad volgen.

Nog geen ontsteking?
Er lopen twee draden vanuit de dynamo naar de CDI unit.
Een (zwart/rood) zorgt voor de voedingspanning en de andere (blauw/geel) voor de ontsteking puls.
Controleer de stekker aansluitingen.
Met een universeel meter meet je of de spoelen contact met massa maken.
(Bij de stekker of bij de CDI aansluiting.)

Is dit allemaal in order, maar is er nog steeds geen vonk? Dan is mogelijk de CDI unit of bobine defect.


Wel vonk en toch niet aanslaan
Achter carburateur slang naar luchtfilter losmaken en probeer te starten. Wanneer de motor aanslaat is er dus iets niet in orde met de luchttoevoer.

Sluit de achterkant van de carburateur af met je hand en probeer te starten. Je hand moet nu nat worden van de benzine. Is dit niet het geval, dan is er geen benzine toevoer.


Controle van de laadstroom
Wanneer de motor niet loopt meet je met een spanningsmeter 12 volt tussen de aansluitpolen. Wanneer de motor wel loopt moet je 13.8 volt meten. De accu wordt dan geladen. Dit zijn de correcte spanningen die je meet wanneer de accu in goede staat is. Afwijkingen kunnen veroorzaakt worden door een defecte accu of defecte gelijkrichter.

Aansluitingen van de gelijkrichter/spanningregelaar
De groene draad naar de gelijkrichter is massa (-)
De witte draad komt van de (wisselstroom) dynamo, hier moet je, wanneer de motor loopt, een wisselspanning kunnen meten (15-20V~)
De rode is de plus draad. Deze gaat naar de accu (via zekering). Wanneer de motor loopt moet je hier 13.8V= meten.
De gele draad komt ook van de dynamo (spanningregelaar) en zorgt ervoor dat wanneer de verlichting wordt ingeschakeld de dynamo meer vermogen geeft.


Controleren van de dynamo
De aansluiting zit boven de dynamo. Stekker uit de plug naar de gelijkrichter trekken. Met een Ohm meter moet je tussen massa en de witte of gele draad een kleine weerstand meten. (Geel +/- 1 Ohm en Wit +/- 1.3 Ohm). Je kunt ook eerst de stekker uit de gelijkrichter trekken en hier meten.

Telescopische veerpoten zijn te slap
Als de telescopische veerpoten te slap zijn kan de schokbrekerolie bijgevuld worden, te beginnen met 5ml per veerpoot. Het olietype hiervoor is SAE15.

 

 

 

 

 

Powered By HCR Reclame
Handelsonderneming RB © 2020